PO Bewegingen vastleggen met stift en papier

 

         B                                                                                                           E

 

Inleiding 

Met behulp van een metronoom zet je met een regelmatig ritme stippen met een stift op papier. Als je nu met een bepaalde beweging een papierstrook onder de stift doortrekt komen er dus stippen op de papierstrook te staan. Uit de afstand tussen de stippen, kan je onderzoeken wat voor een soort beweging het is geweest: versneld,  eenparig of vertraagd.

 

Doel 

Je gaat met behulp van de stift en papier een plaats-tijddiagram maken van een eenparige en twee versnelde bewegingen. 

 

Onderzoeksvraag: 

Hoe kan je in een (x,t)-diagram zien dat het gaat om een versnelde beweging? Wat kan je zeggen van de richting van de lijn?

 

Nodig 

  • stift

  • strook papier

Voorbereiding

 

Aantal tikken per minuut (BPM)

berekening

tijd tussen twee tikken (s)

   

 

 

Uitvoering 

   Eenparige beweging

  • persoon A zet de stippen

  • persoon B trekt met één hand het papieren lint onder de stift door

  • zorg ervoor dat de snelheid constant blijft

  • schrijf op het lint ‘constante snelheid’ en jullie namen

  • zet een B (van begin) bij de eerste stip op het lint

  • zet een E (van eind) bij de laatste stip op het lint 

Versnelde beweging 1

  • persoon A zet de stippen

  • persoon B trekt met één hand het papieren lint onder de stift door

  • zorg ervoor dat de snelheid steeds groter wordt

  • schrijf op het lint ‘versnelde beweging 1’ en jullie namen

  • zet een B (van begin) bij de eerste stip op het lint

  • zet een E (van eind) bij de laatste stip op het lint 

 

Versnelde beweging 2

  • persoon B zet de stippen

  • persoon A trekt met één hand het papieren lint onder de stift door

  • zorg ervoor dat de snelheid steeds groter wordt

  • schrijf op het lint ‘versnelde beweging 2’ en jullie namen

  • zet een B (van begin) bij de eerste stip op het lint

  • zet een E (van eind) bij de laatste stip op het lint 

 

Uitwerking

  • zet met een potlood in het midden van elke stip een streep op de linten

  • meet de afstand tussen de stippen

  • noteer deze afstanden op de juiste plaats in de tabel 

 


stip 


tijd (s)

Lint 1

afstand begin tot stip (cm)

Lint 2

afstand begin tot stip (cm)

Lint 3

afstand begin tot stip (cm)

0 (B)

0

0

0

0

1 (B)

    

2

    

enz

    

Stip (E)

    

 

  • teken voor elke meting een afstand-tijdgrafiek

  • hoe ziet de grafiek voor elke beweging eruit? (steiler, recht, minder steil, krom)

  • bereken met ggfb-methode de gemiddelde snelheid van elke beweging

  • schrijf de conclusie met het antwoord op de onderzoeksvraag erin.

 

SUCCES!



INVULBLAD PO Bewegingen vastleggen met stift en papier



Naam

 

Naam partner

 

Klas

 

Datum opdracht

 



Doel

 

 

Voorbereiding

 

Aantal stippen per minuut (BPM)

berekening

tijd tussen twee stippen (s)

   



Waarnemingen

 


stip 


tijd (s)

Lint 1

afstand (cm)

Lint 2

afstand (cm)

Lint 3

afstand (cm)

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

 

Teken op bijgevoegde grafiek papier de drie bewegingen.

 

Bereken de gemiddelde snelheid uit van de drie bewegingen

 

Beweging

Berekening (ggfb-methode)

Vgemiddeld

eenparige

g

g

f

b

 

versneld 1

g

g

f

b

 

versneld 2

g

g

f

b

 



Conclusie 





Niet de drie linten, de grafiek en het invulblad aan elkaar en lever dit aan het einde van de les in.